Inteeltcoëfficiënt – genetisch evenwicht en verantwoordelijkheid
🧬 Inteelt in een genetisch gesloten populatie
Het IJslandse paard vormt een van de best gedocumenteerde genetisch gesloten paardenpopulaties ter wereld. Sinds de vestigingsperiode rond 870–930 na Christus geldt een strikt importverbod, dat tegen het einde van de tiende eeuw werd vastgelegd in wetgeving. Paarden die IJsland verlaten, mogen nooit terugkeren. Daardoor is de huidige populatie het resultaat van meer dan duizend jaar interne voortplanting binnen hetzelfde genetische kader.
Inteelt is in dit ras geen bewuste keuze geweest, maar een structureel gegeven. Dat weerspiegelt zich in de inteeltcoëfficiënt (IC), zoals die wordt berekend op basis van stamboomgegevens in WorldFengur.
Pedigree-gebaseerde analyses tonen dat bij veel moderne IJslandse veulens de IC bij geboorte vaak ligt tussen ongeveer 3 procent en 6 procent, afhankelijk van het aantal generaties dat in de berekening wordt meegenomen en van de gebruikte lijnen. Binnen de context van een langdurig gesloten populatie wordt dit internationaal beschouwd als een beheersbaar niveau.
🔢 Wat drukt de inteeltcoëfficiënt werkelijk uit?
De inteeltcoëfficiënt geeft de kans weer dat twee allelen bij een individu identiek zijn door afstamming. Een IC van 6,25 procent komt genetisch overeen met het delen van een overgrootouder aan beide zijden van de stamboom.
In de IJslandse fokkerij komen dergelijke waarden regelmatig voor, met name in lijnen waarin invloedrijke hengsten vaker terugkeren. Het is echter belangrijk om deze cijfers niet los van hun context te interpreteren. Een lage IC is geen garantie voor gezondheid, net zoals een hogere IC niet automatisch leidt tot problemen.
Praktijkervaring binnen de fokkerij toont dat sommige sterk geconcentreerde lijnen, waaronder lijnen van internationaal veel gebruikte hengsten zoals Orri frá Þúfu, bekendstaan om consistente gangenkwaliteit en functionele duurzaamheid. Deze observaties zijn gebaseerd op fokresultaten en gebruikservaring, niet op directe causale studies naar inteelt en prestatie.
⚖️ Balans tussen kwaliteit en genetisch risico
Het potentiële risico van inteelt schuilt niet in het absolute cijfer alleen, maar in de combinatie van factoren. Een verhoogde kans op inteeltdepressie ontstaat vooral wanneer een hoge IC samengaat met een beperkte genetische spreiding en herhaald gebruik van nauw verwante dieren over meerdere generaties.
In de praktijk proberen fokkers dit risico te beperken door:
-
combinaties te maken met merries uit minder dominante lijnen
-
naast exterieur en prestaties ook BLUP-waarden en hun betrouwbaarheid te betrekken
-
waar beschikbaar gebruik te maken van opgeslagen sperma van oudere hengsten om minder vertegenwoordigde lijnen opnieuw in te brengen
Deze strategieën zijn erop gericht functionele eigenschappen te behouden zonder de genetische variatie verder te vernauwen.
🌍 Diversiteit op populatieniveau
Ook wanneer individuele paarden hogere inteeltwaarden probleemloos lijken te verdragen, blijft genetische diversiteit op rasniveau essentieel. Een bekend risico binnen gesloten populaties is het zogenaamde popular sire effect, waarbij een beperkt aantal hengsten een onevenredig groot aandeel van de nakomelingen voortbrengt.
Dit leidt tot een daling van de effectieve populatiegrootte, zelfs wanneer het absolute aantal dieren groot blijft. Binnen de IJslandse fokkerij wordt dit actief opgevolgd via WorldFengur-gegevens. Zowel in IJsland als internationaal wordt het gebruik van minder frequent ingezette lijnen aangemoedigd om de genetische breedte van het ras te behouden.
📊 Genomische* inzichten naast stamboomdata
Recente genomische studies tonen aan dat pedigree-gebaseerde inteeltcoëfficiënten de werkelijke genetische verwantschap kunnen onderschatten. Met behulp van DNA-analyses wordt gekeken naar zogenaamde runs of homozygosity (ROH), lange aaneengesloten DNA-segmenten die wijzen op gedeelde voorouders.
Bij IJslandse paarden worden op basis van FROH-analyses** waarden gevonden die doorgaans hoger liggen dan de stamboom-IC, vaak in de orde van grootte van ongeveer 8 tot 12 procent. Dit verschil wijst op oudere, niet volledig gedocumenteerde verwantschap die buiten de beschikbare stamboomgeneraties valt.
Deze bevindingen onderstrepen het belang van het combineren van traditionele pedigree-informatie met moderne genomische technieken bij fokbeslissingen.
🌱 Inteelt als verantwoordelijkheid
Inteelt is binnen het IJslandse paard geen vloek, maar een realiteit. Wanneer ze met kennis, transparantie en langetermijnvisie wordt beheerd, kan zij bijdragen aan het behoud van functionele en rasgebonden eigenschappen zonder aantoonbare schade.
De kern ligt niet in het vermijden van inteelt als concept, maar in het bewust omgaan met wat wordt doorgegeven, hoe ver men daarin gaat en hoe tegelijkertijd genetische veerkracht voor toekomstige generaties wordt bewaakt.
* Genomisch betekent: gebaseerd op het volledige DNA van een dier en dus kijkend naar erfelijkheid op het niveau van het hele genoom in plaats van losse genen of stamboomrelaties.
** FROH staat voor Fraction of the Genome in Runs of Homozygosity.
Het is een genomische maat voor inteelt, gebaseerd op DNA, niet op stamboomgegevens.
Waar de klassieke inteeltcoëfficiënt (IC) kijkt naar verwantschap op papier, kijkt FROH naar wat er daadwerkelijk in het genoom identiek is.
En zo is onze reis voltooid.
Je hebt gelezen over genen, geschiedenis en evenwicht. Deze blogreeks sluit hier, maar het verhaal gaat verder in hoe je deze kennis inzet in je fokkerij. Veel succes!
© Lieve Vermeulen
Disclaimer: Deze tekst is gebaseerd op actuele genetische inzichten, databankstudies en gesprekken met fokkers. Voor definitieve fokbeslissingen blijft het raadplegen van een erkend fokadviseur essentieel.